Plenaire openingszitting van de « GEZONDHEIDSDIALOGEN »
BRUSSEL, 20 SEPTEMBER 2003
Dames en Heren,
Laat me eerst en vooral toe u welkom te heten en u hartelijk
te danken voor uw talrijke opkomst ter gelegenheid van de start
van de "Gezondheidsdialogen". Allen samen moeten wij een grote
uitdaging aangaan.
Van jaar tot jaar wordt het namelijk steeds een moeilijkere
oefening om de begroting voor de ziekteverzekering vast te
leggen. Sommigen menen de implosie van het stelsel te moeten
voorspellen. Zij voorzien een toenemende privatisering en
een communautarisering.
Anderen eisen dat men het stelsel consolideert, dat men
voldoende budgettaire middelen ter beschikking stelt en
dat men werk maakt van een betere beheersing van de uitgaven.
Ons gezondheidsstelsel verstrekt kwalitatieve diensten aan
bijna
99 % van de bevolking
Wij kennen geen lange wachtlijsten, zoals in sommige steeds
geprezen buurlanden, die ons overigens hún patiënten
toevertrouwen.Een vergelijking met het Amerikaanse stelsel
is eveneens interessant.
De Verenigde Staten rekenen op het spel van de vrije marktmechanismen, óók
op het gebied van de Gezondheid. Vandaag zitten ze wat
uitgaven voor gezondheidszorgen betreft met het hoogste
groeiritme van de geïndustrialiseerde landen. Desondanks
hebben gezinnen met een gemiddeld of laag inkomen geen
toegang tot gezondheidszorgen van middelmatig niveau. En
40 miljoen mensen, waaronder 10 miljoen kinderen, beschikken
over geen enkele dekking voor gezondheidszorgen. Wie er
een verzekering heeft, leeft met de angst om die te verliezen,
met name in het geval van een afdanking
of van een plotse verslechtering van zijn gezondheidstoestand.
In ons land werd de afgelopen jaren een voluntaristisch
beleid gevoerd.
Ik denk in het bijzonder aan:
het uitbreiden van de verzekerbaarheid;
het verbreden van het WIGW-statuut,
het invoeren van de maximumfactuur;
het bestaan van een bijzonder solidariteitsfonds.
Nochtans zijn er nog ongelijkheden waar ik niet lijdzaam zal op toezien.
Meer dan ooit staat ons gezondheidsstelsel onder druk.
Zoals:
De uitgaven voor gezondheid maken vandaag meer dan éénderde
van de begroting van Sociale Zekerheid uit. Dit door
de druk van de veroudering van de bevolking en van de
technologische vooruitgang. Die druk blijft onophoudelijk
toenemen.
De sociale partners hebben andere eisen voor ons
stelsel van sociale bescherming. Sommigen wil voorrang
geven aan opwaarderingen van de sociale vervangingsinkomens.
Anderen eisen nieuwe verlagingen van de sociale bijdragen
om de arbeidskosten te verminderen.
Ondanks de aanzienlijke investeringen tijdens de
vorige legislatuur in de verplichte ziekteverzekering,
blijven de partners in de gezondheidszorg ongerust en
ontevreden.
Ter herinnering, er werd 3,35 miljard euro
extra geïnvesteerd.
Indien wij het stelsel niet met grote zorg beheren,
zou de legitimiteit ervan vroeg of laat in vraag kunnen
worden gesteld.
In een periode van zwakke economische groei blijven de
gezondheidszorgen een prioriteit voor deze Regering.
Er werd een groei van de Gezondheidsbegroting met 4,5
% (buiten inflatie) gewaarborgd, een inspanning die
men op zijn juiste waarde moet schatten.
Het is dan ook onze opdracht om het vertrouwen van de patiënten
en van de zorgverstrekkers ter herstellen, maar ook van
de geldschieters: de werknemers, de werkgevers en meer
in het algemeen van de burgers. Mijn prioriteit bestaat
er dus in, samen met u, de wegen te vinden om ons gezondheidsstelsel
te consolideren en zijn zwakke kanten aan te pakken. Ik
onderken er vijf:
1. Het zorgbeleid mist samenhang, met name door het
grote aantal beslissingsniveaus.
2. Een ontoereikend preventiebeleid inzake gezondheidsrisico’s
(slechts 0,5 % van de uitgaven voor volksgezondheid).
3. Het probleem van overbodige zorgprestaties, die
in de hand gewerkt worden onder meer – maar niet
alleen - door een financieringsstelsel per prestatie,
en een ontoereikend niveau van de tarieven van de zorgprestaties
of van de financiering van de ziekenhuizen.
4. Een organisatie van de zorgen die nog te zeer gericht
is op de activiteiten en de uitrusting per zorgsector,
eerder dan op de noden van de patiënt.
5. Een dienstverleningsaanbod dat soms aanzienlijk
ruimer is dan in de buurlanden en deels niet overeenkomt
met de behoeften.
Ik zou willen dat u als echte partners zou deelnemen aan
het beleid dat ik binnen het kader van deze legislatuur
ga voeren. Een beleid dat zeker binnen de marges voorzien
door het regeerakkoord zal blijven. Ik zal mijn initiatieven
door drie fundamentele principes laten leiden:
het voortdurend verbeteren van de toegankelijkheid
van de zorgen;
het bevorderen van de kwaliteit van de zorgen;
de duurzaamheid van het gezondheidsstelsel.
Bovendien zal ik er natuurlijk over waken dat mijn initiatieven
passen binnen de bakens die door het regeerakkoord zijn
uitgezet.
Ik onderken tien prioritaire werkterreinen :
1) De verbetering van de zorgtoegankelijkheid.
U zult begrijpen dat mijn filosofisch engagement mij
ertoe brengt om daarvan mijn voornaamste werkterrein
te maken. Aldus wil ik :
de terugbetaling van bepaalde geneesmiddelen te verbeteren,
met name de innoverende geneesmiddelen en sommige tandheelkundige
zorgen;
het systeem van de maximumfactuur uitbreiden;
het remgeld in de kinesitherapie herzien.
Aan de patiënten een grotere tariefzekerheid waarborgen
is een ander luik dat voor mij van fundamenteel belang
is. Dit kan door de transparantie te verhogen, maar ook
door meer regulering van de toeslagen of bijbetalingen
die men mag vragen.
2) Een betere analyse van de kwaliteit van de prestaties.
Dit eist een verbetering van de betrouwbaarheid van
de gegevens.
3) Een specifiek antwoord op de noden van bejaarden,
chronisch zieken, patiënten die zich niet meer
in een kritieke fase bevinden en van degenen die in
een diepe coma liggen of hersendood zijn.
4) De bevordering van de eerstelijnszorg en meer globaal,
de organisatie van de opname van de patiënt in “zorgtrajecten”.
Om dit doel te bereiken, overweeg ik verschillende
initiatieven :
De ontwikkeling van zorgnetwerken;
De invoering van gemoduleerd remgeld om een doeltreffender
gebruik van het zorgaanbod te stimuleren;
De versoepeling van de toegang tot het globaal
medisch dossier;
En tot slot past de vraag naar de opwaardering van
de honorering of bezoldiging vanzelfsprekend ook binnen
deze context.
5) De strijd tegen afwijkingen in medische praktijken
en tegen misbruiken.
Deze strijd zal ook een krachtlijn van mijn beleid
vormen. Op basis van efficiëntie en wetenschappelijke
bewijzen (evidence-based medecine) wil ik de individuele
evaluatie en responsabilisering van de voorschrijvers
en van de verstrekkers voortzetten.
Het is mijn bedoeling te vermijden dat men lineaire correctiemaatregelen moet
treffen die dan terecht als onrechtvaardig zouden worden
beoordeeld.
6) Een grotere mate van forfaitarisering van de financiering
van de ziekenhuizen en van de andere instellingen, op basis
van pathologie en zorglast.
7) Het beheersen van het geneesmiddelenverbruik. Deze beheersing
gaat in het bijzonder via het promoten van het gebruik
van de minst dure geneesmiddelen en via de bestrijding
van de uitwassen die soms in deze sector bestaan.
8)
Een herziening van de pertinentie van de omkaderingsnormen
van sommige ziekenhuisdiensten, zonder afbreuk te doen
aan de kwaliteit van de dienst.
9) Een echte prijzencontrole voor het medisch materiaal,
de tandprotheses, de implantaten, de artikelen voor bandagisten
en orthopedisten;
10) Het zorgaanbod en de noden van de bevolking beter op
mekaar afstemmen.
Buiten deze 10 werkterreinen, wil ik eveneens werken aan
administratieve vereenvoudigingen in het gezondheidsdomein.
En tot slot wil ik opnieuw het initiatief nemen tot het verder behandelen van
een dossier dat mij na aan het hart ligt en dat ik aangepakt
had toen ik nog Minister van Economie was.
U zult al begrepen hebben dat het hier gaat over de invoering
van een stelsel van solidaire dekking van de abnormale
schade die het gevolg is van prestaties van zorgverstrekking,
een stelsel waar zowel de patiënten als de zorgverstrekkers
naar uitkijken.
Er dringen zich nog veel andere vragen op.
En het is dus om de prioriteiten waarover ik u gesproken
heb te concretiseren; om de keuzes te verduidelijken die
ik nog zal moeten maken, maar eveneens om naar u te luisteren,
dat ik deze “Gezondheidsdialogen”, die gedurende
het hele volgende trimester zullen plaats vinden, heb willen
openen.
Het is een lange termijn proces dat verder reikt dan de
opstelling van de begroting 2004. Deze dient zich te streng
aan om veel meer dan een overgangsbegroting te zijn.
De toegestane groei van de uitgaven met 4,5 % verbiedt
elke buitensporigheid, elke verkwisting en elke niet-verschuldigde
prestatie.
Er zijn vele bakens uitgetekend en dat zou bij u als té dwingend
kunnen overkomen.
De matiging volledig in handen van de Regering laten, zou
een aanlokkelijke keus kunnen zijn. Maar zorgverstrekkers,
zorginstellingen en mutualiteiten zetten zich dan ook des
te schrapper op hun eisen. Zo zouden we in de confrontatie
verzeilen, een model dat dagelijks overal in de wereld
bewijst hoe destructief het is en hoe het elke duurzame
opbouw doorkruist. Ik ben ervan overtuigd dat u en ik objectieve
bondgenoten zijn. Zelfs meer: wij zijn objectief gezien
bondgenoten. Samen moeten wij instaan voor een eerlijk
gebruik van de collectieve middelen die aan de gezondheid
besteed worden.
De dialoog is mogelijk. Eenieders creativiteit zal ongetwijfeld
tot uiting kunnen komen in de schoot van de vijftien werkgroepen
die hun werkzaamheden in de komende weken aanvatten. Ik
stel u voor de besprekingen in de werkgroepen te beginnen,
bij voorkeur op basis van volgende elementen :
de toegang van de patiënten tot de zorgen;
de preventie van de gezondheidsrisico’s;
de evaluatie van het voorschrijfgedrag en van de
zorgverstrekking;
de alternatieven voor de financiering per zorgverstrekkende
prestatie;
de noodzaak om het zorgaanbod aan te passen, in
stijgende of in dalende lijn;
de mogelijkheid om de administratieve controlenormen
en –procedures waaraan de sector onderworpen
is, te vereenvoudigen;
de plaats van de sector in de schoot van de zorgnetwerken
die wij voor de toekomst moeten uitwerken.
U zult al begrepen hebben dat ik mijn ministerieel mandaat
op geen enkele manier met een a priori opvat. Wat mij
betreft hebben de feiten, de objectieve noden van de
patiënten, evenals de legitieme verwachtingen van
de zorgverstrekkers, de overhand op elke andere overweging.
De samenstelling van mijn projectteam bewijst dat. Ik
maak overigens van de gelegenheid gebruik om u mijn beide
kabinetschefs, Laurence Bovy en Renaud Witmeur, voor
te stellen, Anne Hendrickx voor de geneesmiddelensector,
Dr. Johan Kips voor de cel “Ziekenhuizen”,
Dr. Ri de Ridder die samen met Pierre Fastenakel van
de cel ziekteverzekering de werkzaamheden zal coördineren,
Dr. Jean?Paul Dercq voor wat de Geneeskundepraktijk” betreft,
Frédérique Vanhaelen voor de ethische kwesties
en Jean-Marc Close, de spil in de organisatie van de
werkzaamheden.
Om de uitdaging die ik zopas heb omschreven aan te pakken,
stel ik u voor met mij een gewaagde weddenschap aan te gaan.
Laten we samen een nieuwe vorm van partnership tussen de
overheid en de gezondheidsactoren aangaan, ter ondersteuning
van de officiële beslissingscentra, van de gebruikelijke
plaatsen van overleg en van de traditionele besprekingen
in de wandelgangen.
Om de uitdaging die ik zopas heb omschreven aan te pakken,
stel ik u voor met mij een gewaagde weddenschap aan te gaan.
Laten we samen een nieuwe vorm van partnership tussen de
overheid en de gezondheidsactoren aangaan, ter ondersteuning
van de officiële beslissingscentra, van de gebruikelijke
plaatsen van overleg en van de traditionele besprekingen
in de wandelgangen.
Zo kom ik aan het einde van deze inleidende uiteenzetting.
Bij wijze van besluit herhaal ik nogmaals dat de patiënten
het middelpunt van mijn bekommernissen vormen: ik ben trouwens
van plan binnenkort hun verenigingen en organisaties te ontmoeten
en met hen de dialoog te openen. Ik ben ervan overtuigd dat
het welzijn van de patiënten een gezondheidsstelsel
eist dat correct gefinancierd en georganiseerd wordt. Het
vereist ook een zo ruim mogelijke instemming van de partners
in de gezondheidszorg, die u met z’n allen bent, en
dat u het beleid dat door de overheid wordt uitgestippeld
mee ondersteunt.
Zo het tot míjn taak behoort een zekere administratieve
logheid uit te schakelen en de normen die onnodig lastig
zijn te vereenvoudigen, komt het ú toe uw verantwoordelijkheden
op te nemen, door met name alle vormen van samenwerking en
netwerken te ontwikkelen die onontbeerlijk zijn voor een
optimale opvang van de patiënten. Wij zijn samen verantwoordelijk
voor de toegankelijkheid en de kwaliteit van de verstrekte
zorgen. Vandaag geven de “Gezondheidsdialogen” het
startsein van deze moeilijke maar boeiende en uitdagende
opgave. Wij kunnen enkel slagen als iedereen in alle openheid
en zonder taboes aan de slag gaat.
Ik verleen nu het woord aan Jean-Marc Close, de coördinator
van de Gezondheidsdialogen. Hij zal u de praktische organisatie
van de werkzaamheden voorstellen, zoals mijn Kabinet ze opvat.
Het spreekt vanzelf dat uw suggesties om het organisatieschema
te verbeteren welkom zijn. U krijgt straks ook het woord.